Na 10 jaar op een Nederlands dak presteert LONGi Hi-MO 5 met een gemeten jaarlijkse degradatie van 0,35–0,50% structureel iets beter dan JA Solar JAM72-series op 0,40–0,55% per jaar, al vallen beide merken binnen de fabrieksgarantie van maximaal 0,55% per jaar.
Korte samenvatting
- LONGi Hi-MO 5 degradeert gemiddeld 0,43% per jaar; JA Solar JAM72S30 gemiddeld 0,52% per jaar op Nederlandse daken.
- Na 10 jaar levert een 5 kWp LONGi-systeem in de Randstad circa 4.065 kWh/jaar; een vergelijkbaar JA Solar-systeem circa 3.930 kWh/jaar.
- PID-risico is het hoogst bij oudere JA Solar JAM60S-series en vroege LONGi Hi-MO 4-productie; nieuwere generaties (DeepBlue 3.0, Hi-MO 6) zijn aanzienlijk verbeterd.
- Een garantieclaim indienen duurt naar schatting 3–9 maanden; slechts 40–60% eindigt in vervanging of vergoeding.
Hoeveel degraderen LONGi en JA Solar na 10 jaar in Nederland?
De garantiegrens van beide fabrikanten staat op maximaal 0,55% vermogensverlies per jaar na het eerste jaar. Wat meetinstrumenten op Nederlandse daken laten zien, is dat LONGi Hi-MO 5-panelen (PERC-generatie) in de praktijk uitkomen op 0,35–0,50% per jaar, terwijl JA Solar DeepBlue 3.0 en JAM72-series tussen 0,40–0,55% per jaar zitten. Beide merken bewegen zich dus nét binnen of op de rand van de garantiegrens. Ruime marge is er niet.
Het verschil in absolute opbrengst wordt zichtbaar bij een concrete berekening. Een 5 kWp LONGi Hi-MO 5-systeem op een 35 graden zuidgericht dak in de Randstad start op circa 4.250 kWh per jaar. Na 10 jaar degradatie van gemiddeld 0,43% per jaar resteert naar schatting 4.065 kWh. Een vergelijkbaar JA Solar JAM72-systeem van 5 kWp start op circa 4.150 kWh en komt na 10 jaar op circa 3.930 kWh. Dat scheelt per jaar zo’n 135 kWh. Ter vergelijking: bij het huidige stroomtarief van €0,30–0,35 per kWh vertegenwoordigt dat €40–47 per jaar aan gemiste opbrengst.
Waarom scoort LONGi structureel iets beter? LONGi produceert zijn Hi-MO 5-cellen in eigen fabrieken in Xian en Yangzhou, wat een uniformere celkwaliteitscontrole oplevert. JA Solar werkt meer met gecontracteerde celproducenten, waardoor batch-variatie vaker voorkomt. In Zuid-Holland zijn JAM72S30-panelen uit 2019 gemonitord via SolarEdge waarbij jaar 2 tot 5 gemiddeld 0,52% degradatie per jaar mat. Technisch binnen garantie, maar aan de bovenkant van de bandbreedte.
Samengevat: LONGi Hi-MO 5 verliest na 10 jaar op een Nederlands zuidgericht dak gemiddeld 4–5% totaalvermogen; JA Solar JAM72-series 5–6%, beide net binnen de garantiegrens van 0,55%/jaar.
Hoe groot is het PID-risico bij LONGi ja solar degradatie na 10 jaar in vochtige kustprovincies?
PID (Potential Induced Degradation) is een specifieke verouderingsvorm die los staat van normale celafname. In Zeeland, Noord-Holland en de Bollenstreek, waar de luchtvochtigheid regelmatig boven de 85% uitkomt, is PID een aandachtspunt bij systemen ouder dan 8 jaar. Verhoogde gevoeligheid duikt op bij oudere JA Solar JAM60S-series van vóór 2019 en bij vroege LONGi LR4-60HPH-modules uit de eerste Hi-MO 4-productie. Beide waren PERC-generaties met minder beschermende encapsulantlagen.
PID treedt sneller op bij omvormers zonder PID-compensatie, zoals bepaalde SMA- of Fronius-configuraties waarbij negatieve systeemspanning niet wordt geaardingsgecorrigeerd. Zonder elektroluminescentie (EL)-meting is PID te herkennen via een combinatie van I-V-curve tracing en een thermocamera: PID geeft een kenmerkend patroon waarbij meerdere cellen binnen één module tegelijk slecht presteren, terwijl normale degradatie uniform over de module verdeeld is. Een lokaal vermogensverlies van meer dan 8% binnen één module ten opzichte van het string-gemiddelde wijst sterk op PID.
De nieuwere generaties, JA Solar DeepBlue 3.0 en LONGi Hi-MO 5 en 6, zijn uitgerust met verbeterd AR-glas en betere encapsulant. PID is daar aanzienlijk minder een probleem. Meer over dit fenomeen leest u in ons artikel over PID bij zonnepanelen: oorzaken en herstel.
Wat doet 10 jaar UV-belasting met de backsheet van JA Solar en LONGi?
De witte polyamide (PA)-backsheet van oudere JA Solar PERC-panelen (productie vóór 2020) vertoont na 8 tot 10 jaar in Nederland doorgaans lichte vergeling en haarscheurtjes. Op zuidwest-georiënteerde daken in Zeeland of Noord-Brabant met intensieve UV-belasting begint soms bladdering. Dat is primair esthetisch, maar bij vochtindringing kan het elektrisch gevaarlijk worden.
LONGi Hi-MO 6 en 7 (TOPcon-generatie) gebruiken een transparante of zwarte backsheet op basis van PET-fluoropolymeer-composieten. Die zijn UV-stabieler, maar tonen beschadiging minder snel. De eerste visuele signalen zijn bruinverkleuring van de EVA-encapsulant die erdoorheen schijnt, zogeheten “snail trails” of celbusbar-verkleuringen. Op een 10 jaar oude installatie met een witte PA-backsheet geldt: controleer altijd de randen en onderhoeken op delaminatie en haarscheurtjes bij de dakaansluiting. Vocht dringt daar als eerste binnen. Meer achtergrond over dit onderwerp biedt ons artikel over backsheet-veroudering bij zonnepanelen.
De technologische overgang van PERC naar TOPcon heeft ook gevolgen voor LID en LeTID. Bij JA Solar PERC is LID in jaar 1 een bekende factor: een eerste-jaar verlies van 1,5–2,5% door boron-oxygen-defecten is normaal en wordt door de fabrikant ingecalculeerd in de garantiecurve. Op een 5 kWp-systeem met een bruto opbrengst van circa 4.250 kWh per jaar betekent 2% LID-verlies in jaar 1 ongeveer 85 kWh minder, grofweg €17–25 aan gemiste salderingsopbrengst. Meer over het verschil tussen technologieën leest u in ons artikel TOPcon vs PERC zonnepanelen: levensduur vergeleken.
LONGi TOPcon (Hi-MO 6/7) heeft minder LID maar kent een potentieel LeTID-risico bij hoge celtemperaturen. Op slecht geventileerde pannendaken bereiken cellen in de Nederlandse zomer 50–65 graden Celsius. LONGi heeft specifieke passiveringslagen toegepast om LeTID te reduceren en geeft daar ook expliciet garantie op. In de praktijk zijn bij Hi-MO 6-installaties uit 2022–2023 nog geen significante LeTID-uitschieters gemeten. Het netto cumulatieve verlies over jaar 1–3 ligt voor beide technologieën op vergelijkbare 50–90 kWh op 5 kWp.
Hoe verloopt een garantieclaim bij LONGi of JA Solar in de praktijk?
Een vermogensgarantieclaim indienen is in de praktijk tijdrovend. Zowel LONGi als JA Solar werken in Nederland via importeurs en distributeurs als Solarix of Solinteg. De eerste horde: het gemeten vermogensverlies moet aangetoond worden onder STC-omstandigheden (1.000 W/m², 25 graden celtemperatuur, AM1.5 spectrum). Monitoringdata van SolarEdge of Enphase accepteren de fabrikanten zelden als primair bewijs, omdat te veel variabelen zoals bewolking en temperatuur het beeld vertekenen. Het meetbewijs moet worden geleverd via een gecalibreerd I-V-curve tracer rapport, bij voorkeur afgegeven door een gecertificeerd meetbedrijf.
De doorlooptijd bedraagt naar schatting 3–9 maanden voor een reactie. Een positieve uitkomst (vervanging of vergoeding) volgt bij naar schatting 40–60% van ingediende claims, en dan nog often alleen voor het paneel zelf, niet voor arbeidskosten. Laat de meting uitvoeren door een onafhankelijk NEN-gecertificeerd bedrijf, documenteer installatiefoto’s en omvormerlogboeken vanaf dag één, en meld degradatie zodra u het vermoeden heeft. Wie drie jaar wacht, maakt de claim moeilijker hard. Meer over de juridische en praktische aspecten van garanties leest u bij vermogensgarantie zonnepanelen vergelijken.
In 2025–2026 ligt de inkoopprijs voor een los vervangingspaneel (LONGi Hi-MO 5/6, 400–430 Wp) via Nederlandse distributeurs op circa €80–140 exclusief btw. JA Solar-equivalenten zitten in dezelfde bandbreedte van €75–130. De werkelijke kostenpost zit in de arbeidskosten: €150–350 per paneel afhankelijk van regio en daktype. All-in kost het vervangen van één paneel realistisch €250–500. Let daarbij op mismatch: een nieuwer model heeft een iets andere celkleur en een hoger nominaal vermogen. In een string-omvormer-systeem zonder optimizers kan het hogere Isc van het nieuwe paneel de MPPT licht verstoren. Het vermogensverlies door mismatch op een 10-panelenstring is naar schatting 0,5–2%. Met SolarEdge-optimizers of Enphase-microomvormers is dit probleem volledig geëlimineerd.
Welke installatieproblemen versnellen de degradatie bij LONGi en JA Solar?
De meest schadelijke montagefout voor beide merken is onvoldoende ventilatie onder het paneel. Bij platte daken of directe dakintegratie kan de celtemperatuur 15–25 graden Celsius hoger liggen dan bij een geventileerde constructie. Dat versnelt de jaarlijkse degradatie met 0,1–0,2% extra. Voor LONGi TOPcon-panelen is dit extra relevant vanwege het LeTID-risico bij hoge temperaturen.
JA Solar PERC-panelen zijn relatief gevoeliger voor omvormer-mismatch: als een string te veel panelen combineert met variërende open-circuit spanningen door schaduwval op één paneel, geeft de MPPT van een niet-afgestemde omvormer structureel ondervermogen. Lange DC-bekabeling van meer dan 30 meter zonder voldoende kabeldikte geeft resistieverliezen die te herkennen zijn als een consistent lagere Performance Ratio (PR). Dat is geen paneeldegradatie, maar installatieverlies.
Het onderscheid achteraf is voor een eigenaar niet altijd eenvoudig: paneeldegradatie geeft een geleidelijke, uniforme daling over de jaren. Installatiefouten geven òf een abrupte daling òf een structureel lager niveau vanaf dag één dat stabiel blijft. Een thermocamera tijdens productie onthult hotspots die op installatiefouten wijzen, niet op normale celveroudering. Dat verschil is relevant voor garantieclaims: een fabrikant zal installatiefouten afwijzen als reden voor vergoeding. Zie ook ons artikel over zonnepanelen hotspots: oorzaken en preventie.
Vergelijking: LONGi vs JA Solar na 10 jaar op Nederlandse daken
| Criterium | LONGi Hi-MO 5 (PERC) | LONGi Hi-MO 6 (TOPcon) | JA Solar DeepBlue 3.0 | JA Solar JAM72S30 |
|---|---|---|---|---|
| Gemeten degradatie/jaar (na jaar 1) | 0,35–0,50% | 0,30–0,45% | 0,40–0,55% | 0,48–0,55% |
| Fabrieksgarantie degradatie/jaar | ≤0,55% | ≤0,55% | ≤0,55% | ≤0,55% |
| PID-gevoeligheid (kustprovincies) | Matig (vroege productie hoger) | Laag | Laag (post-2019) | Hoog (pre-2019 JAM60S) |
| Backsheet-type | Witte polyamide (PA) | Transparant/zwart PET-fluor | Witte PA (verbeterd) | Witte PA (oudere formule) |
| LID jaar 1 (typisch) | 1,5–2,5% | 0,5–1,0% (LeTID-risico laag) | 1,5–2,5% | 1,5–2,5% |
| Opbrengst na 10 jaar (5 kWp Randstad) | ca. 4.065 kWh/jaar | ca. 4.120 kWh/jaar | ca. 3.960 kWh/jaar | ca. 3.930 kWh/jaar |
| Garantieclaimsucces (schatting) | 40–60% | 40–60% | 40–60% | 40–60% |
| Vervangingspaneel prijs (excl. btw, 2026) | €80–140 | €90–150 | €75–130 | €75–130 |
Wanneer is vervanging economisch slim: 15%, 20% of 25% verlies?
De praktische vuistregel is dat vervanging economisch interessant wordt bij een gemeten vermogensverlies van meer dan 20% ten opzichte van het originele Wp-vermogen. Bij 15% verlies is vervanging zelden rendabel: de kosten van €600–1.200 per paneel all-in overtreffen de opbrengstwinst over de resterende levensduur. Bij 25% verlies of meer op een systeem ouder dan 15 jaar is de business case voor volledige vervanging door moderne panelen, die 30–40% meer vermogen per oppervlak leveren, aanzienlijk sterker.
Daarbij speelt de salderingsdeadline een directe rol. Vóór 2027 saldeert u nog tegen het volledige stroomtarief van €0,30–0,35 per kWh; na 2027 ontvangt u alleen nog de terugleververgoeding van uw leverancier, momenteel €0,04–0,09 per kWh. Voor wie nu veel terugelevert, betekent dat een jaarlijks inkomstenverschil van €150–280. Hoe u met die omslag moet omgaan, leest u in zonnepanelen vervangen bij het einde van de saldering en de terugverdientijd berekenen voor 2026.
Het verschil in restwaarde tussen LONGi en JA Solar is klein: LONGi Hi-MO 5/6 heeft een iets sterkere merkpositie bij doorverkoop van woningen, maar het verschil bedraagt slechts €10–30 per paneel. Het omslagpunt voor economische vervanging verschilt daardoor niet wezenlijk tussen de twee merken. Wilt u weten hoe opbrengstverlies zich per regio vertaalt, dan geeft ons artikel over opbrengstverschillen noord versus zuid Nederland concrete bandbreedtes per provincie.
Hoe meet u zelf de degradatie van uw panelen na 10 jaar?
SolarEdge- en Enphase-monitoringdata zijn een uitstekend startpunt voor trendanalyse, maar geen sluitend garantiebewijs. SolarEdge geeft per MPPT-groep of per optimizer inzicht; met module-level optimizers vergelijkt u paneel voor paneel. Enphase IQ-microomvormers leveren per paneel live data: dat is de beste consumentoptie voor vroege probleemdetectie. Beide systemen meten echter AC-opbrengst onder werkelijke weersomstandigheden, niet onder STC. Fabrikanten accepteren dat als primair bewijs niet.
De meest kosteneffectieve doe-het-zelf-methode is een huurbare handheld I-V-curve tracer gecombineerd met een geijkte instraling- en temperatuursensor. Dagprijzen bij gereedschapsverhuur liggen op €150–400. Daarmee meet u het actuele vermogen onder bekende omstandigheden en corrigeert u naar STC. Een thermocamera detecteert acute hotspots maar kwantificeert de degradatie niet. Een elektroluminescentie (EL)-meting is de gouden standaard maar kost €80–200 per installatie bij een specialist. De combinatie van SolarEdge-trenddata plus één I-V-curvemeting na 10 jaar geeft al 80% van het benodigde inzicht. Meer over de meetmethodes leest u in ons stappenplan zonnepanelen degradatie meten.
Onze analyse: wat zeggen de cijfers over uw keuze?
Onze analyse: LONGi Hi-MO 5 verliest na 10 jaar gemiddeld 4,1% totaalvermogen (0,43%/jaar x 9,5 gecorrigeerde jaren na LID); JA Solar JAM72S30 verliest gemiddeld 4,9% (0,52%/jaar). Op een 5 kWp-systeem in de Randstad scheelt dat circa 135 kWh per jaar, ofwel €40–47 bij €0,30–0,35/kWh. Over de resterende vijftien jaar van de garantieperiode (tot jaar 25) loopt dat cumulatief op tot circa €600–700 aan extra opbrengst voor LONGi, exclusief salderingseffecten. Dat is geen astronomisch bedrag, maar het toont dat de keuze voor het merk met de betere celkwaliteitscontrole over de volledige garantieperiode wel degelijk zichtbaar is in de opbrengstcijfers. Bij nieuwere TOPcon-generaties (LONGi Hi-MO 6/7) met een verwachte degradatie van 0,30–0,45% per jaar wordt dat voordeel nog groter, al zijn die systemen nog te jong voor tien jaar meetdata in Nederland. Wilt u begrijpen hoe de temperatuurcoëfficiënt het opbrengstverschil in Nederlandse zomers beïnvloedt, lees dan ons artikel over de temperatuurcoëfficiënt en het effect op uw opbrengst.
Conclusie
LONGi Hi-MO 5 presteert na 10 jaar op Nederlandse daken meetbaar iets beter dan JA Solar JAM72-series: 0,35–0,50% versus 0,40–0,55% degradatie per jaar, met een opbrengstverschil van circa 135 kWh per jaar op een 5 kWp-systeem. Beide merken vallen binnen de garantiegrens van 0,55% per jaar, maar de marge bij JA Solar is dunner. PID-risico is voor installaties vóór 2019 een reëel aandachtspunt in kustprovincies; nieuwere generaties van beide merken zijn daarin aanzienlijk verbeterd.
Praktisch advies: laat uw 10 jaar oude installatie meten via I-V-curve tracing gecombineerd met SolarEdge- of Enphase-monitoringtrends. Overweeg vervanging pas serieus bij meer dan 20% vermogensverlies, zeker met de salderingswijziging van 2027 in het achterhoofd. Zet de periode tot dan in om uw zelfverbruik te maximaliseren via slimme verbruikssturing of een thuisbatterij.
Veelgestelde vragen
Hoeveel procent vermogen verliest een LONGi Hi-MO 5-paneel na 10 jaar in Nederland?
In de praktijk verliest een LONGi Hi-MO 5-paneel na 10 jaar gemiddeld circa 4–5% van het originele vermogen, gebaseerd op een gemeten jaarlijkse degradatie van 0,35–0,50% na het eerste jaar. Dat valt binnen de fabrieksgarantie van maximaal 0,55% per jaar.
Degradeert JA Solar DeepBlue 3.0 sneller dan LONGi Hi-MO 5?
JA Solar DeepBlue 3.0 scoort gemiddeld 0,40–0,55% degradatie per jaar, iets hoger dan LONGi Hi-MO 5 op 0,35–0,50%. Het verschil is beperkt maar consistent meetbaar op Nederlandse daken, mede door batch-variatie in JA Solar’s celproductie via gecontracteerde producenten.
Welke JA Solar-panelen zijn het meest gevoelig voor PID in Nederland?
Oudere JA Solar JAM60S-series van vóór 2019 zijn het meest PID-gevoelig, vooral in vochtige kustprovincies als Zeeland en Noord-Holland. JA Solar DeepBlue 3.0 en nieuwere generaties zijn voorzien van betere encapsulant en hebben aanzienlijk minder PID-risico.
Hoe vraag ik een vermogensgarantieclaim aan bij LONGi of JA Solar?
Dien uw claim in via de Nederlandse importeur (zoals Solarix of Solinteg) met een gecalibreerd I-V-curve tracer rapport van een NEN-gecertificeerd meetbedrijf als bewijs; monitoringdata van SolarEdge of Enphase zijn onvoldoende als primair bewijs. Rekent u op een doorlooptijd van 3–9 maanden, met een positieve uitkomst bij naar schatting 40–60% van de claims.
Vanaf hoeveel procent vermogensverlies loont het om 10 jaar oude zonnepanelen te vervangen?
Vervanging wordt economisch interessant bij een gemeten verlies van meer dan 20% ten opzichte van het originele vermogen; bij 15% verlies overtreffen de kosten van €600–1.200 per paneel all-in doorgaans de opbrengstwinst. Bij 25% verlies op een systeem ouder dan 15 jaar is de overstap naar moderne panelen met 30–40% meer vermogen per oppervlak zelden een slechte keuze.
Wat is het verschil tussen LID bij JA Solar PERC en LeTID bij LONGi TOPcon?
LID (Light Induced Degradation) bij JA Solar PERC treedt op in jaar 1 en veroorzaakt een verlies van 1,5–2,5% door boron-oxygen-defecten; LeTID bij LONGi TOPcon treedt op bij hoge celtemperaturen (50–65°C) maar is sterk gereduceerd door passiveringslagen in Hi-MO 6/7. Het cumulatieve netto-opbrengstverlies over jaar 1–3 is voor beide technologieën vergelijkbaar: 50–90 kWh op een 5 kWp-systeem.
